Ga naar inhoud

Neurogene darmstoornis

Gastro-intestinale symptomen, meestal chronische verstopping en ontlastingsincontinentie, kunnen het gevolg zijn van laesies of ziekten van het centrale zenuwstelsel. Deze symptomen komen voor bij tot 80% van de patiënten met ruggenmergletsel/dwarslaesie, multiple sclerose (MS) en spina bifida (SB).1

Dwarslaesie

Dwarslaesie

Afhankelijk van het niveau van dwarslaesie ervaren patiënten een verandering in de beweeglijkheid van de darmen en de controle over de anale sluitspier. Letsel boven de conus medullaris (bovenste motorneuron) leidt tot een hyperreflexieve darm en een strakke anale sluitspier, wat chronische verstopping en ontlastingsretentie veroorzaakt. Uitdrijving van de ontlasting wordt opgewekt door reflexactiviteit in het rectum. Letsel aan de conus medullaris en de cauda equina (onderste motorneuron) leidt tot een areflexische darm en verlies van peristaltische controle, wat een langdurige stoelgang veroorzaakt, vooral in het rectosigmoïde gebied. Bovendien kan verlies van controle over de uitwendige anale sluitspier leiden tot ontlastingsincontinentie. De mate van volledigheid van het letsel heeft ook invloed op de darmfunctie. Patiënten met incompleet ruggenmergletsel/dwarslaesie kunnen het gevoel van rectale volheid en de mogelijkheid om de darmen te legen behouden.2

Multiple sclerose

Multiple sclerose

Bij multiple sclerose (MS) wordt de extrinsieke neurologische controle van de dikke darm en anale sluitspier verstoord. Emotionele en gedragsstoornissen kunnen de autonome controle van de darmfunctie veranderen en invloed hebben op de toiletgewoonten. Onderbreking van afferente sensorische of efferente motorbanen kan invloed hebben op de regeling van de darmfunctie. Tenslotte kunnen systemische factoren en voor MS gebruikte medicijnen de viscerale en bekkenbodemfunctie beïnvloeden.3

Spina Bifida

Spina Bifida

Een aangeboren afwijking die het gevolg is van het niet sluiten van de neurale buis tijdens de embryonale ontwikkeling van het ruggenmerg. Mensen met spina bifida (SB) hebben vaak een neurologische aandoening onder het niveau van de laesie, meestal ter hoogte van de conus medullaris of de cauda equina. Dit leidt tot areflexische darmen en langdurige stoelgang in het rectosigmoïde gebied. De anale rust- en knijpdruk zijn verminderd en gevoelig, wat leidt tot ontlastingsincontinentie.4,5