Ga naar inhoud

Hoe decubitus wordt geclassificeerd

De classificatie van decubitus helpt om de mate van schade aan de huid en de omringende weefsels te beschrijven.1 Dit is een belangrijke stap in de ontwikkeling van een behandelplan voor dit soort verwondingen.

Decubitus wonden worden geclassificeerd aan de hand van zichtbaar weefselverlies. Hoe dieper de wond, hoe ernstiger het weefselverlies. De diepte van de wond bepaald ook wat het lichaam moet doen om de wond te genezen. Bijvoorbeeld, categorie 2 decubitus geneest door een proces wat epithelialisation heet.1

Aan de andere kant; als een volledige huid of spierlaag weg is (categorie 3 en 4) produceert het lichaam granulatieweefsel.1 In dergelijke diepe wonden kun je ook dood of necrotisch weefsel zien.

De zes categorieën van decubitus

Alvorensde behandeling te starten moet eerst de categorie van de decubitus worden vastgesteld. De onderstaande tabel kan daarbij helpen.

Tabel 1: het decubitus classificatie systeem

Categorie 1: Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid

Categorie 1: Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid

Hoe te herkennen

Bij categorie 1 decubitus is de huid nog intact. Dus er is geen open wond. Wat je ziet is een gedeelte van de huid wat rood is, en dat blijft zelfs als je erop drukt met je vinger (niet-wegdrukbare roodheid). Let erop dat een donkere huid mogelijk geen zichtbare verkleuring vertoont2,3

Waar op te letten

Het kan lastig zijn om categorie 1 decubitus te herkennen bij donkere huidtypes. Controleer ook de omliggende huid goed.1

Categorie2: Verlies van een deel van de huidlaag of blaar

Categorie2: Verlies van een deel van de huidlaag of blaar

Hoe te herkennen

Bij categorie 2 decubitus is er een open wond waarbij de dermis zichtbaar is. Het wondbed kan rood of roze zijn. Maar, categorie 2 decubitus kan ook bestaan uit blaren die gevuld zijn met helder vocht (serum) die zowel heel als open kunnen zijn.

Waar op te letten

Als de patiënt een donkerder huidtype heeft kun je onderscheid maken door de volgende zaken te onderzoeken:

  • huidtemperatuur en gevoeligheid,
  • veranderingen in consistentie (steviger of zachter),
  • pijn.

Dit moet je doen voor categorie 2-4 en niet categoriseerbare decubitus.1

Categorie 3: Verlies van een volledige huidlaag (vet zichtbaar)

Categorie 3: Verlies van een volledige huidlaag (vet zichtbaar)

Hoe te herkennen

In categorie 3 decubitus is onderhuids vet zichtbaar in de wond. Je kunt ook hetvolgende zien:

  • granulatie weefsel
  • opgerolde wondranden (epibool)
  • wondbeslag of necrotische korst
  • ondermijning of tunnelvorming

Echter, je kunt geen spierweefsel, pezen, ligamenten of bot zien in een categorie 3 decubitus.2,3

Waar op te letten

Decubitus op vetrijke gedeeltes van het lichaam als het zitvlak kunnen diep zijn maar de spieren of het bot niet bereiken. Deze wonden worden nog steeds als categorie 3 geclassificeerd.

Categorie 4: Verlies van een volledige weefsellaag (spier/bot zichtbaar)

Categorie 4: Verlies van een volledige weefsellaag (spier/bot zichtbaar)

Hoe te herkennen

In categorie 4 decubitus kunnen de fascie, spieren, pezen, ligamenten, kraakbeen of bot blootliggen of duidelijk zichtbaar zijn in de wond.2,3

Waar op te letten

Ook ondiepe wonden kunnen geclassificeerd worden als categorie 4. Dit kan gebeuren als de wonden op een plaats met weinig vetweefsel zit zoals op de brug van de neus of achter het oor.1

Niet naar categorie in te delen/ongeclassificeerd: Verlies van een volledige huid- of weefsellaag. Diepte onbekend

Niet naar categorie in te delen/ongeclassificeerd: Verlies van een volledige huid- of weefsellaag. Diepte onbekend

Hoe te herkennen

Decubitus is ongeclassificeerd als niet is vast te stellen hoeveel weefselschade aanwezig is. In deze gevallen zal het wondbed gevuld zijn met beslag of necrose zodat de diepte van de wond niet vast te stellen is. Na verwijderen van het beslag of de necrose zal de wond te categoriseren zijn. Het zal een categorie III of IV zijn.2,3

Waar op te letten

Beslag kan geel, geelbruin, grijs, groen of bruin zijn. Necrose kan geelbruin, bruin of zwart zijn. Het verwijderen van de necrose voor een betere blik op het wondbed hangt af van de stabiliteit van de necrose en van de locatie van de decubitus. 2.3

Vermoedelijke diepe weefselbeschadiging. Diepte onbekend: Lokaal, niet wegdrukbaar, donkerrode, kastanjebruine of paarse verkleuringen

Vermoedelijke diepe weefselbeschadiging. Diepte onbekend: Lokaal, niet wegdrukbaar, donkerrode, kastanjebruine of paarse verkleuringen

Hoe te herkennen

Bij diepe weefselbeschadiging kan een open wond aanwezig zijn, maar dat hoeft niet. Als de huid nog intact is zal heteen dieprode of paarse kleur hebben. Als er een open wond is zal het wondbed donker gekleurd zijn. Er kan ook een met bloed gevulde blaar aanwezig zijn.3

Waar op te letten

Als in het wondbed dood weefsel, fascia of spierweefsel zichtbaar is moet de wond worden behandeld als een diepe wond. (categorie 3 of 4).3